Introductie door Klaus Boonstra over werk van Titia Sibson

Dames en heren,

Toen Titia mij vroeg of ik deze tentoonstelling wilde openen, hoefde ik daar niet zo lang over na te denken. Ik ken Titia’s werk inmiddels al heel wat jaren. En juist wanneer je iemand langer volgt, is het bijzonder om te ontdekken dat er achter het vertrouwde steeds weer iets nieuws schuilgaat. Dat geldt voor alle mensen, maar nog sterker voor kunstenaars.

Want wie alleen naar het werk van vandaag kijkt, zou gemakkelijk kunnen denken dat Titia betrekkelijk recent bij textiel is uitgekomen. Het tegendeel is waar.

Ze studeerde textiel-monumentaal aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en volgde daarna nog twee jaar 3D-design in Utrecht. Maar zoals dat soms gaat, liep haar artistieke weg vervolgens een andere kant op.

Jarenlang schilderde ze met acryl op doek. Herkenbare, vaak zeer zorgvuldig uitgewerkte beelden. Werk waarin vele uren tekenen en soms maanden schilderen zaten. Landschappen, strandhuisjes, bossen en duinen, beelden van reizen, maar ook heel gewone dingen uit het dagelijks leven.

En na bijna twintig jaar gebeurde iets wat ik heel typerend voor Titia vind. 

Ze kon het. Misschien wel te goed. Ze zegt er zelf over dat haar werk succes had, maar dat ze op een gegeven moment het gevoel kreeg dat het een kunstje was geworden. En toen stopte ze ermee.

Dat vind ik interessant. Want je zou ook kunnen zeggen: eindelijk heb je iets gevonden wat mensen herkennen, wat gewaardeerd wordt, waarvan je weet hoe het moet; dus vooral doorgaan. Maar Titia doet het omgekeerde. Als ze precies weet hoe iets moet, lijkt voor haar de noodzaak te ontstaan om opnieuw te gaan zoeken.

Daarna kwam het hout. Pyrografie: tekenen met een hete pen op zelf bewerkte houten blokken. Een andere techniek, een ander materiaal, maar opnieuw die fascinatie voor lijnen, schaduw en precisie.

Vervolgens kwamen de lino’s waarvan hier ook werk te zien is. En ook daarbinnen verandert er iets. Haar werk wordt soberder. Soms donkerder. De wereld van nu dringt zich meer op: klimaat, onrust, onze manier van leven. Er ontstaan series waarin soms nog een beetje hoop aanwezig is; en soms nauwelijks meer.

En nu is Titia dus weer terug bij textiel. Of misschien moet ik zeggen: thuisgekomen bij textiel, maar dan als een andere kunstenaar dan degene die er ooit mee begon. Want ze vertelt zelf dat ze nu juist geniet van wat stof kan wat andere materialen niet kunnen.

Stof beweegt. Het laat zich niet volledig beheersen. En borduren zonder volledig vast patroon betekent dat niet alles vooraf vastligt. Dat is nogal een verschil met maandenlang uiterst precies een schilderij uitwerken.

Titia formuleert het zelf heel mooi: ze wil de perfectie loslaten. En daar, denk ik, komen we bij iets wezenlijks in deze tentoonstelling.

BEELD. RUIMTE. ASSOCIATIE.

En wellicht is het geen toeval dat we juist hier in Oosthem staan. Want als er ergens ruimte is, dan is het hier wel. Ruimte om je heen. Lucht. Vergezichten. Geen stad die zich voortdurend aan je opdringt, maar een omgeving waarin je blik vanzelf verder gaat dan wat er direct voor je staat.

Dat past wonderlijk goed bij het werk van Titia. Want ook daarin is ruimte nooit alleen leegte. Ruimte is hier geen afwezigheid, maar een uitnodiging. Een plek waar iets nog niet is ingevuld en waar dus iets kan ontstaan.

De beelden van Titia vertellen namelijk niet alles. Sterker nog: hoe langer ik ernaar keek, hoe meer ik dacht dat hun kracht misschien juist zit in wat er niet staat. Veel van haar beelden zijn betrekkelijk eenvoudig: Een figuur. Een stoel. Een vuilnisbak. Twee mensen. Een stuk muur. Een alledaags voorwerp. En daaromheen vaak heel veel ruimte.

Dat is letterlijk zo in haar lino’s, maar het gebeurt ook op een andere manier. Titia geeft ons niet de complete vertelling. Ze zet iets neer en laat vervolgens ruimte open. En in die ruimte gebeurt iets bijzonders. Daar stappen wij als kijker naar binnen.

Want kijken is veel minder passief dan we soms denken. Er hangt iets aan de muur en wij bekijken het. Maar op hetzelfde moment brengen we zelf van alles mee: herinneringen, geschiedenis, vreugde en verdriet, ergernissen, vooroordelen, humor. Misschien zelfs dingen waarvan we niet meer wisten dat we ze bij ons droegen.

En daardoor ziet niemand precies hetzelfde werk. Dat is volgens mij de derde term: associatie.

Een beeld is er. Het laat ruimte. En in die ruimte begint onze eigen gedachte te bewegen.

Daar kreeg ik bij de voorbereiding op vandaag een mooi voorbeeld van. Titia gaf mij namelijk ook een stapeltje teksten mee die Steve, haar man, in de loop van de tijd naar aanleiding van haar beelden heeft geschreven. Ze maken geen deel uit van de tentoonstelling zelf; ze liggen hier wel op tafel, voor wie er eens in wil bladeren.

Wat mij eraan trof, is hoe ver één klein beeld iemand kan brengen. Een vuilnisbak kan ineens gaan over de publieke ruimte. Een paar stoelen over onze omgang met de wereld. Twee figuren over liefde, ouder worden of vrijheid. En een ander beeld bracht hem ooit naar Hotel Zvon in České Budějovice, waar in zijn verhaal plotseling een belangrijke denker opduikt.

Deze voorbeelden zeggen iets wezenlijks. Niet omdat Steve ons vertelt wat we in Titia’s werk zouden moeten zien. Integendeel. Zijn teksten laten juist zien wat er kan gebeuren wanneer een beeld ruimte krijgt in het hoofd van degene die kijkt.

En precies daarom zou ik u straks vooral willen uitnodigen om eerst zelf te kijken. Blijf eens even staan. Wat zie ik? Waar brengt dit mij? Welke herinnering, gedachte of associatie komt boven?

En wie daarna nieuwsgierig is naar de wegen die een andere beschouwer is ingeslagen, kan aan tafel altijd nog eens in Steve’s teksten bladeren. 

Voor mijn gevoel krijgt dat alles in het nieuwe textielwerk nog een extra betekenis. Een draad verbindt punten met elkaar. Maar een draad kan ook afwijken, een omweg maken, losser worden, ergens verdwijnen en verderop weer tevoorschijn komen.

Dat lijkt me eigenlijk een mooi beeld voor deze tentoonstelling. Titia zet een lijn. Wij volgen haar een eindje. Maar ergens onderweg kan onze blik afbuigen en een eigen route kiezen.

Daarvoor moet kunst vooral één ding durven doen: niet alles invullen. Ruimte laten. Ruimte in het beeld. Ruimte in het materiaal, dat niet langer volledig beheerst hoeft te worden. En uiteindelijk ruimte voor ons, om iets anders te zien dan degene die naast ons staat.

Daarom past deze plek ook zo goed bij dit werk. Buiten ligt de ruimte letterlijk om ons heen. Binnen vraagt Titia ons om die ruimte ook in het kijken toe te laten.

Titia, dank je wel voor die ruimte.

En u allemaal wens ik vooral heel veel plezier bij het kijken, associëren en misschien af en toe verdwalen.

Met heel veel plezier verklaar ik deze tentoonstelling voor geopend.

Klaus Boonstra