Een terugblik op de opening

Opening Blikvangers om bij stil te staan

Als er een tentoonstelling wordt geopend, is het meestal de bedoeling dat er een praatje bij hoort om het werk te duiden of om er een officieel tintje aan te geven. Maar om wat over het werk van een kunstenaar te zeggen, kan best link zijn. Het is vaker voorgekomen dat een spreker dingen in het werk van een kunstenaar zag, die de kunstenaar in kwestie zelf nooit had vermoed. Ik kan alleen maar zeggen wat ik ervaar bij het zien van het werk van Gert Jan Slotboom en Bert Otter.

Van Gert Jan Slotboom kende ik eerdere schilderijen, monumentale doeken met bruggen als kathedralen, enorme kassen en imposante kerkinterieurs, fel van kleur en fors in afmeting, waarvan een aantal ook hier hebben gehangen. Werk waarbij figuratie en abstractie in elkaar overliepen.  

Als kind speelde Gert Jan met een vriendje in de broeikassen in zijn woonplaats Wageningen. Vanuit het kikkerperspectief van een kind maakte de grootsheid van die kassen een overweldigende indruk. Net als de eerste brug die hij zag, achterop de brommer bij zijn oudere broer en de interieurs van de kerken, die hij op hoogtijdagen met zijn ouders bezocht. Die beelden, die sfeer; ik denk dat daar de basis ligt van zijn behoefte om te creëren. Door het vastleggen van iets dat groter is dan jezelf, kom je er dichterbij en kun je het aan. Gert Jan noemde tijdens het inrichten van deze tentoonstelling het nummer If it be your Will van Leonard Cohen. Dat past voor hem naadloos bij zijn werk. From this broken hill, I will sing to you en draw us near and bind us tight, is voor hem de opdracht om wezenlijk contact te maken door middel van zijn werk. 

Zijn keuze voor de kunst is meer dan werk, het is een manier van leven, van denken en voelen, van proberen achter de dingen te kijken. En altijd in beweging te zijn, letterlijk en figuurlijk. Dat is ook de manier waarop Gert Jan schildert. Hij staat en hij loopt voortdurend in zijn atelier. ‘Een kunstenaar moet staan,’ zegt hij, ‘het moet bewegen, kunstenaars die achter hun ezel zitten, vertrouw ik al helemaal niet.’ 

Hoe hij van het grote abstract-figuratieve gebaar overging naar de mens in al zijn naaktheid, is misschien toeval … Maar bestaat toeval? Een jaar of tien geleden ging zijn vrouw op werkweek met school. Ze had hem al eens gevraagd om hun twee jongens te schilderen en dat was er nooit van gekomen. ‘Ach, laat ik dat nu maar doen, dacht ik,’ zegt hij nu. ‘Ik had dertig jaar geen olieverf aangeraakt, was altijd bezig in acryl maar die olieverf bleek een verademing om mee te werken.’ Hij maakte twee kleine portretten van zijn zonen. Dat beviel hem eigenlijk wel en hij schilderde vervolgens ook zijn vrouw erbij en daarna zichzelf. Zo is het begonnen, een serie van 112 olieverfportretten op doekjes van 20 bij 20 van mensen uit zijn naaste omgeving. Het is uitgegroeid tot een bijzonder oeuvre. 

De eerste keer dat ik een naakt van hem zag, moest ik denken aan een van mijn helden, aan Lucian Freud. Diezelfde rauwe tederheid bezit het werk van Gert Jan ook. Hij legt de mens vast in al zijn kwetsbaarheid. Zonder vals sentiment kruipt hij onder de huid van zijn onderwerp. We vinden onszelf heel wat, maar als het erop aan komt, zijn we net zo klein als die kleine jongens in die kas in Wageningen. Het is maar een dun laagje vernis dat je zo wegkrabt. Wat overblijft is eigenlijk veel mooier dan wat we willen laten zien. De mensen op het doek van Gert Jan zijn zichzelf, zonder poeha en opsmuk. Ze kijken ons aan, soms afwerend, soms van ‘kom maar op,’ of ze kijken weg, zijn in zichzelf gekeerd, maar elke keer weer liefdevol geportretteerd in olieverf, tot op de bleke, korrelige huid en in de ziel. Daarom ontroeren ze. 

Gert Jan kent al zijn modellen persoonlijk en hij wil ze van dichtbij diepe, onvoorwaardelijke aandacht geven. Maar hij relativeert ook. Soms geeft hij zijn onderwerpen een peer mee, zoals jullie hier kunnen zien. Die staat voor verschillende symbolieken, godsdienstig of erotisch. Het is de geschilderde werkelijkheid maar ook weer niet. Abstract in de figuratie. Dat moet je als kijker voelen in je middenrif, maar het mag nooit sentimenteel worden. 

In onze wereld van zoom-meetings en de afstandelijke communicatie van de sociale media, is het een verademing om in zijn werk te ervaren dat het noodzaak is dat wij elkaar echt in de ogen kunnen kijken. In deze veranderende en tegenwoordig zo verwarrende wereld is dat een hoopvol iets en Gert Jan Slotboom geeft dat aan ons met zijn schilderijen. 

Bert Otter doet dat ook, hij geeft ons mee dat we even stilstaan en nadenken. Betske wilde dat het een dubbelpresentatie zou worden met een beeldhouwer, een ruimtelijke kunstenaar. Toen we aan het overleggen waren wie dat dan moest zijn, kwam de naam van de Enschedese kunstenaar Bert Otter voorbij. Wie van ons dat het eerste opperde, weet ik niet meer, maar ik ging op atelierbezoek bij Bert en daar zag ik dat het wel eens helemaal zou kunnen kloppen. Met deze twee kunstenaars zou er een wisselwerking kunnen ontstaan zonder dat het autonome van hun respectievelijke werk zou worden aangetast. 

Bij de inrichting bleek dat we gelijk hadden. Het ruimtelijke werk van Bert beperkt zich niet tot de geijkte materialen, maar gaat verder en dieper. In zijn beelden maakt de kunstenaar deel uit van een groter geheel. 

Net als Gert Jan komt hij niet echt uit een kunstzinnige familie. Hij aarzelde indertijd of hij niet sociaal werk zou willen doen, maar de kunstacademie bleek precies wat hij zocht. Hij wilde aanvankelijk schilderen, maar het ruimtelijk werken vond hij toch interessanter. Wat tijdens zijn academietijd heel veel indruk maakte, waren de bezoeken aan de volkenkundige musea, Leiden, Parijs en Londen. Daar zag Bert dat de mensen die ruimtelijk werkten in andere culturen veel vrijer waren in hun expressie. Ze beperkten zich niet tot brons, steen of hout, maar ze waren veel vrijer in hun materiaalkeuze. 

Het maakte hun geen bal uit waarmee ze werkten, met kraaltjes, restafval of andere materialen en versieringen, waarbij hun werk vaak door religieuze motieven werd bepaald. Maar in hun manier van uitdrukken zat een grote speelsheid in, het was veel expressiever en opener dan waar wij in de westerse wereld mee bezig waren. Dat heeft de manier waarop Bert werkt mede bepaald. ‘Ik wilde objecten creëren, open met het materiaal omgaan en dan iets maken met wat er nu speelt, dat spanningsveld,’ zegt Bert erover. ‘Ik ben in mijn oudere werk erg bezig geweest met verwijzingen naar andere culturen. Aan het eind van mijn opleiding maakte muziek daar ook deel van uit. Ik studeerde af met een Braziliaan en we waren bezig met Latin en later met Afrikaanse muziek, gespeeld op instrumenten die we zelf maakten.’

Van daaruit verdiepte zich Bert verder in de kunst van Afrika en Oceanië en zag hoe rijk die was. Later toen hij brons ging gieten en les ging geven, kwam hij erachter dat er in midden Afrika al in 1300 en 1400 een rijke brons-cultuur bestond, waarvan we hier nauwelijks weet hadden. Prachtige portretten, waarvan de gezichten bewerkt waren en waarbij het brons gecombineerd werd met andere materialen. Die sfeer probeert Bert in zijn werk te vertalen naar iets wat hem nu raakt, in de krant of op de televisie. Daar geeft hij beeldend commentaar op. Op onze consumptie, de dubbele moraal. Kunst kan iets losmaken, je kunt de dialoog aangaan. Door de beelden die je maakt de discussie aangaan. Wat is de norm? 

Daar zie ik ook een raakvlak met beide kunstenaars, naar het kijken wat er zich onder de oppervlakte afspeelt, het nadenken en stilstaan.     

Jaren geleden, ging ik naar de film Dog Day Afternoon met in de hoofdrol de weergaloze Al Pacino. De film, die gemaakt is in de vorm van een documentaire, maakte zoveel indruk, dat ik een week lang elke avond naar de bioscoop ging om deze film nogmaals te zien. En het gekke was dat ik elke keer weer iets ontdekte dat me nog niet eerder was opgevallen. Dat is eigenlijk wat ik ook aan jullie, die hier verzameld zijn, mee wil geven bij deze expositie. Laat het werk van Gert Jan Slotboom en Bert Otter tot je doordringen, liefst in alle rust. Het zou goed zijn om daar nog een extra bezoekje aan te wagen. 

Juist in de stilte van het moment kom je dicht onder de huid van deze schilderijen en beelden en zie je steeds weer nieuwe dingen. Gun jezelf die ervaring. Dit zijn geen werken die erop uit zijn om alleen het oog te strelen, maar ze gaan rechtstreeks de ziel in, als je het toelaat.  

Feya Wouda,
die de expositie heeft ingericht in samenspraak met beide kunstenaars.

Galerie Oosthem, 20 maart 2022